image desciption
Home / Behandelmethodieken

Behandelmethodieken

Onze basisbehandeling rust op twee behandelmethodieken:

  • het Sociaal Competentie Model;
  • de groepstraining TOP’s!

Deze basisbehandeling vullen we aan met therapie en training op maat, passend bij de individuele zorgvraag van de jongere en het gezin.

Hieronder lees je meer over onze methodieken, therapieën en trainingen.

Basismethodieken

  • Sociaal Competentie Model

    Sociaal Competentie Model

    Binnen het Sociaal Competentie Model leren kinderen en jongeren vaardigheden voor de toekomst aan, gericht op het vergroten en/of verstevigen van de (sociale) competenties. Bij het aanleren van nieuw gedrag wordt zo dicht mogelijk aangesloten bij het gedrag dat de jongere al kent en waarmee al succes is behaald in het dagelijks leven. Dit doen we door de jongere consequent te bekrachtigen bij gewenst gedrag en te confronteren met de gevolgen van ongewenst gedrag.

    Vaardigheden en persoonlijke doelen

    Vervolgens reiken we de jongere een alternatief aan voor dat ongewenste gedrag. We gaan hierover met hem of haar in gesprek en samen stellen we doelen op om aan te werken.

    Voordat we met de individuele behandeling beginnen is het noodzakelijk om eerst vast te stellen welke vaardigheden de jongere al beheerst en welke nog aangeleerd moeten worden. Het Sociaal Competentiemodel houdt hierbij rekening met de persoonlijkheid, de individuele mogelijkheden, de leefsituatie en het gedrag van de jongere.

    Sociale taken

    Het doel is dat de jongeren met het vergroten en uitbreiden van het adequate gedrag zich dusdanig gaan gedragen dat ze zich in hun dagelijks functioneren zo goed mogelijk kunnen handhaven en zich verder kunnen ontwikkelen. Door de vaardigheden (gedrag) die ze hebben geleerd zijn ze opgewassen tegen de taken (sociaal) waarvoor ze staan.

    Fasering van vrijheid

    Bij de behandeling binnen OG Heldringstichting worden de vrijheden van de jongere gefaseerd opgebouwd op basis van de competenties en de vaardigheden die de jongere laat zien en de vooraf gestelde behandeldoelen die hij of zij hiermee behaalt.

  • TOP's! training

    TOP's! training

    TOP’s! is een groepstraining, waarbij jongeren:

    • leren verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen denken en handelen;
    • leren van elkaar hoe ze uit de problemen blijven;
    • en kunnen kiezen voor positief sociaal gedrag.

    Dit leren zij met behulp van:

    • cognitieve en sociale vaardigheden;
    • zelfcontrole;
    • moreel redeneren;
    • het creëren van een positieve groepscultuur.

    Lees meer over TOP’s!

Therapie

  • Cognitieve Gedragstherapie

    Cognitieve Gedragstherapie

    Cognitieve gedragstherapie is breed inzetbaar bij psychische problemen, zoals:

    • agressiviteit en woede-uitbarstingen;
    • angsten, fobieën en paniekstoornissen;
    • stemmingsstoornissen;
    • eetstoornissen;
    • gedragsstoornissen;
    • zelfbeschadigend gedrag.

    De therapie richt zich op de wisselwerking tussen gedachten, gevoelens en gedrag. Het is gebleken dat het veranderen van gedrag en het veranderen van gedachten goed samen gaan. De jongere gaat met de therapeut op zoek naar knelpunten en manieren om beter met zaken om te gaan die eerder voor problemen zorgden.

    Het doel is het opsporen en corrigeren van denkfouten, die leiden tot psychische problemen en afwijkende gedragingen die de jongere in risicovolle situaties brengen.

  • Schematherapie (ST)

    Schematherapie (ST)

    ST is bedoeld voor jongeren met persoonlijkheidsproblemen. Deze jongeren zijn over het algemeen gevoeliger voor emotionele prikkels en reageren vaak heftiger. Het duurt langer voordat de emoties weer zakken.
    ST is een vorm van psychotherapie, die zich richt op niet-helpende overtuigingen (ongezonde schema’s) die een jongere in zijn leven heeft ontwikkeld en de manier waarop de jongere daarmee omgaat.

    Schema’s of overtuigingen

    Schema’s zijn een soort overtuigingen die je hebt over jezelf, anderen en de wereld. Ze bestaan uit herinneringen, lichamelijke gewaarwordingen, emoties en gedachten. Zulke schema’s kunnen je helpen om je eigen en andermans gedrag te begrijpen, maar kunnen ook ontstaan door negatieve ervaringen in de kindertijd. Dit zijn vaak de ongezonde schema’s.

    Schemamodi of gemoedstoestanden

    Schemamodi zijn de verschillende kanten van zichzelf die iemand ontwikkeld heeft. Het zijn bepaalde gemoedstoestanden waar je in kan raken als je je met een situatie geen raad weet, vaak vanwege ongezonde schema’s die je hebt.

    Bij deze ongezonde schemamodi levert je gedrag je vaak problemen met anderen op of loop je zelf vast en worden de ongezonde schema’s juist in stand gehouden.

    Doorbreken

    In de therapie wordt in kaart gebracht welke overtuigingen (schema’s) en vooral welke kanten (schemamodi) de jongere ontwikkeld heeft. De jongere leert vervolgens om op een gezondere manier met die schema’s om te gaan én om ongezondere kanten van zichzelf een halt toe te roepen, zodat het hem of haar minder problemen oplevert”

    Zie ook de behandelvisie van de CONRISQ Groep op: Trauma-geïnformeerde zorg

  • Dialectische Gedragstherapie (DGT)

    Dialectische Gedragstherapie (DGT)

    DGT is bedoeld voor jongeren met ernstige emotieregulatiestoornissen en/of (para)suïcidaal gedrag. Door de stoornis kunnen zij gevaarlijk zijn voor zichzelf (automutilatie en zelfmoordpogingen).

    De problemen hebben te maken met een geringe impulscontrole, weinig beheersingsvaardigheden en zelfcontrole, zich snel aangesproken en bedreigd voelen, beperkte vaardigheden om conflicten goed te hanteren, een tekort aan probleemoplossende vaardigheden en rigide en negatieve gedachten.

    De therapie heeft als doel het aanleren van vaardigheden om zo goed mogelijk op problemen te reageren. De jongere leert zijn of haar gedrag en gedachten te ‘managen’. De jongere leert zich bewust te worden van de manier waarop hij of zij denkt en voelt, en hoe hier effectief op te reageren.

  • Agressie Regulatie Training (ART)

    Agressie Regulatie Training (ART)

    ART is gericht op jongeren die problemen hebben met het reguleren van hun agressie, gedachten en gevoelens. Hierdoor komt hun normale ontwikkeling onder druk te staan. Meestal gaan deze problemen gepaard met andere gedragsmatige en psychiatrische problematiek. Het agressieve gedrag kan zich verbaal (schelden, dreigen) of fysiek (slaan, schoppen) voordoen. Het gedrag kan gericht zijn op zichzelf (zelfbeschadiging) of op anderen (geweldpleging, mishandeling).

    ART gaat er van uit dat mensen met antisociaal en agressief gedrag een aantal aan elkaar gerelateerde tekorten hebben:

    • een tekort aan interpersoonlijke, sociale en cognitieve vaardigheden;
    • een tekort aan impulscontrole;
    • een egocentrische manier van denken met weinig inleving naar anderen.

    Het effect van ART is een vermindering van agressief gedrag en vervanging van antisociaal gedrag door pro-sociaal gedrag. De training bevat 3 belangrijke componenten:

    1. de boosheidscontrole-training waarin agressief gedrag wordt afgeleerd;
    2. de training moreel redeneren waarin de jongere leert om minder egocentrisch te redeneren;
    3. de sociale vaardigheidstraining waarin nieuw sociaal gedrag wordt aangeleerd;
  • Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR)

    Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR)

    EMDR helpt mensen om traumatische, schokkende ervaringen te verwerken, zoals een ongeval, seksueel misbruik of een geweldsincident. Ook bij verwante problemen, zoals angststoornissen, meervoudige trauma’s, chronische pijn of een negatief zelfbeeld, kan EMDR onderdeel van de behandeling zijn.

    De therapeut vraagt aan de jongere om aan de gebeurtenis terug te denken, inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkingsproces gestart, waarbij de therapeut vraagt om de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen, maar nu in combinatie met een afleidende stimulus. Bijvoorbeeld door geluiden die door middel van een koptelefoon afwisselend links en rechts worden aangeboden. Er wordt gewerkt met reeksen van stimuli. Zo worden de nare herinneringen steeds zwakker en gaat de jongere zich beter voelen.

  • Farmacotherapie

    Farmacotherapie

    Bij jongeren met (rand) psychiatrische problematiek kan farmacotherapie (behandeling met medicatie) nodig zijn als onderdeel van de behandeling.

    Voorbeelden zijn antidepressiva bij stemmingsstoornissen, antipsychotica bij acute psychotische symptomen of medicijnen die ernstige impulsiviteit dempen, zodat iemand meer regie krijgt over zijn of haar gedrag.

    Medicijnen kunnen sommige klachten afremmen of soms wegnemen. Ook kan de werking van andere therapieën hiermee worden versterkt of verbeterd, omdat de jongere bijvoorbeeld meer openstaat voor therapie of zich beter kan concentreren op de behandeling.

    Farmacotherapie dient vaak als aanvullende ondersteuning bij de behandeling en beheersing van (rand) psychiatrische problemen. Het kan helpen gevoelens van somberheid, achterdocht, agressie, angst of ernstige impulsiviteit te verminderen.

    Zorgvuldigheid!

    Wanneer medicijnen worden voorgeschreven, wordt er goed gekeken naar de juiste dosis, het effect, de bijwerkingen en de duur van de medicatie. Alleen de kinder- & jeugdpsychiater (gedetacheerd vanuit Karakter Kinder- en Jeugdpsychiatrie) is bevoegd om de medicijnen voor te schrijven.

    OG Heldringstichting werkt samen met een lokale apotheek. Medicijnen worden via deze apotheek besteld en bezorgd.

  • Emotie Regulatie Therapie (ERT)

    Emotie Regulatie Therapie (ERT)

    Emotieregulatie therapie is bedoeld voor jongeren die last hebben van heftige emoties of die emoties juist te sterk onderdrukken. Vaak belasten zij hiermee zichzelf en/of hun omgeving. De problematiek uit zich bijvoorbeeld in relationele problemen, frequente conflicten, een moeizaam verlopende schoolgang, zelfbeschadigend gedrag of zelfs suïcidale gedachten.

    Jongeren leren door de therapie weer zelf de regie te krijgen over hun emoties door:

    • emoties te herkennen;
    • de hevigheid van emoties te onderscheiden, door middel van aandachtgerichte oefeningen;
    • inzicht te krijgen in situaties die heftige emoties kunnen oproepen;
    • emoties adequaat te uiten;
    • zelf controle over emoties te krijgen.

    Bovendien leert de jongere dat hij of zij zelf verantwoordelijk is voor het eigen gedrag en daarin zelf keuzes kan maken. Er wordt gewerkt met verschillende ontspanningsoefeningen en afleidingstechnieken. Aan de hand van werkopdrachten maakt de jongere zich de vaardigheden eigen:

    • verschillende emotieregulatie-vaardigheden waarmee je een emotionele storm kunt doorbreken;
    • het ontwikkelen van een leefstijl (veranderplan) waarmee je emotionele buien zoveel mogelijk kunt voorkomen.

    Belangrijke anderen…

    De ouders en belangrijke anderen rondom de jongeren worden betrokken in de therapie. Zij worden geïnformeerd over de kenmerken van emotieregulatie-problemen en leren een overreactie sneller te herkennen en hier adequaat op te reageren.

Aanvullende training en ondersteuning

  • Rots & Water training

    Rots & Water training

    De training is bedoeld voor jongeren die problemen ondervinden bij hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Deze problemen uiten zich in onbeheerst en grensoverschrijdend gedrag en in het onvermogen zich tegen grensoverschrijdingen of geweld te verdedigen.

    Ervarend leren

    Jongeren met sociaal-emotionele problemen voelen zich in principe meer aangesproken door een psychofysieke benadering dan door een verbaal cognitieve aanpak. Daarom worden er vanuit een fysieke invalshoek mentale en sociale vaardigheden aangereikt en verworven. Actie (spel, spelen en simpele zelfverdedigingsvormen) wordt afgewisseld door momenten van zelfreflectie en kringgesprekken. Het gaat zodoende om ervarend leren in plaats van cognitief leren.

    Rots & Water heeft als doel:

    • het verbeteren van zelfbeheersing, zelfreflectie, zelfvertrouwen, en communicatieve en sociale vaardigheden;
    • het voorkomen van agressief gedrag en van seksueel geweld;
    • het maken van eigen keuzes en het volgen van een eigen weg.

    Jongeren leren omgaan met andermans en eigen macht, kracht en onmacht. Zij leren zich te verdedigen tegen verschillende vormen van geweld én tegelijkertijd oog en gevoel te krijgen voor het belang van anderen en het eigen grensoverschrijdende gedrag.

  • Sociale vaardigheidstraining (SOVA)

    Sociale vaardigheidstraining (SOVA)

    De sociale vaardigheidstraining is bedoeld voor jongeren met problemen in de afstemming op anderen. Jongeren met een vorm van autisme of een licht verstandelijke beperking leren zich door de training beter staande te houden in het sociale verkeer.

    Bij de sociale vaardigheidstraining komen verschillende zaken aan de orde:

    • complimenten geven en ontvangen;
    • het voeren van een gesprekje;
    • voor jezelf opkomen;
    • omgaan met pesten en plagen;
    • lichaamshouding en stevig staan;
    • gevoelens tonen en herkennen;
    • oogcontact maken;
    • laten merken hoe je je voelt.

    De SOVA-training helpt bij het voorkomen dat de kinderen of jongeren vastlopen, geen vrienden meer hebben of geen zin hebben in school waardoor zij hun leermotivatie verliezen. De training kan vaardigheden tijdens sociale interacties verbeteren en daarmee het zelfvertrouwen vergroten.

  • Training Solide Basis

    Training Solide Basis

    De training is voor meisjes die kwetsbaar zijn voor uitbuiting of manipulatie vanuit hun omgeving. Zij lopen risico op bijvoorbeeld slachtofferschap van (seksuele) uitbuiting of een ongewenste zwangerschap. Het is voor hen moeilijk om grenzen te stellen of eigen keuzes te maken. Ze hebben weinig zicht op de eigen mogelijkheden en beperkingen.

    De training is gericht op de versterking van het zelfbeeld en bevat drie onderdelen:

    1. Ik & mezelf: zelfbeleving | zelfcognitie | eigen kwaliteiten | gezinsafkomst | het eigen lichaam | het eigen uiterlijk | gezondheid | vrouw zijn
    2. Ik & relaties, als: dochter | vriendin | partner | (evt.) moeder
    3. Ik & de maatschappij: sociale redzaamheid | weerbaarheid | formele rollen | omgaan met lastige situaties, tegenslagen, onheuse bejegening en discriminatie

    Binnen deze drie onderdelen wordt gewerkt aan het vergroten van inzicht (kennis) en vaardigheden (oefenen) op verschillende leefgebieden. De meisjes leren op een andere manier te denken en te doen.

    Na de training kan een meisje zichzelf beter en veiliger handhaven in de maatschappij. Ze is weerbaarder en meer in staat tot zelfbescherming.

     

  • Budgettraining

    Budgettraining

    Wanneer jongeren op eigen benen (moeten) staan, is het belangrijk dat zij goed met geld omgaan. De budgettraining is bedoeld voor jongeren die hier moeite mee hebben, waardoor ze in de financiële problemen (kunnen) raken.

    Budgettraining geeft inzicht in geld en hoe om te gaan met geld. De eigen houding ten opzichte van geld is belangrijk, maar ook het leren omgaan met groepsdruk speelt een belangrijke rol. De richtlijn van het NIBUD is leidraad bij de training.

    De competenties richten zich op:

    • het in kaart brengen van de financiën en de financiële balans;
    • het verantwoord besteden (huishoudfinanciën onder controle);
    • vooruit kijken (huidige bestedingen afstemmen op wensen en gebeurtenissen op de middellange en de lange termijn);
    • het bewust kiezen van financiële producten (kiezen op basis van budgettaire overwegingen die passen bij de persoon en de persoonlijke huishoudsituatie);
    • de kennis en vaardigheid om huishoudfinanciën op de korte, middel-lange en de lange termijn in balans te brengen en te houden.
  • Training Vaardigheden voor ouders bij ernstige gedragsproblemen (VVO)

    Training Vaardigheden voor ouders bij ernstige gedragsproblemen (VVO)

    De training is bedoeld voor ouders van jongeren die vanwege hun gedragsproblemen door een kinderrechter bij OG Heldringstichting zijn geplaatst. Vaak zijn deze ouders overbelast geraakt en zijn nieuwe manieren van omgaan met elkaar nodig, om te voorkomen dat dit weer gebeurt.

    Terwijl de jongere een behandeling volgt binnen OG Heldringstichting, worden de ouders voorbereid op het herpakken van hun opvoedingstaak. In deze VVO-training krijgen de ouders de rol van ‘mediator’ om weer de primaire opvoeder van hun kind te worden. De training is gericht op:

    • ouderlijke betrokkenheid;
    • positieve bekrachtiging;
    • probleemoplossende vaardigheden;
    • discipline en monitoring;
    • emoties tijdig en beter herkennen.

    De nadruk ligt op het aanleren en versterken van deze vaardigheden. Ouders oefenen daarmee tijdens het verlof en andere contactmomenten met hun kind.

  • Gezinsmaatschappelijk Werk (GMW)

    Gezinsmaatschappelijk Werk (GMW)

    Als een jongere behandeld wordt bij OG Heldringstichting, zal ook het gezin een verandering doormaken. Ouders kunnen daarbij begeleid worden door het Gezinsmaatschappelijk Werk.

    Dit kan de gezinsmaatschappelijk werker betekenen:

    • in kaart brengen van de knelpunten in het gezin en het toekomstperspectief van de jongere (kan de jongere terug naar huis?);
    • ouders betrekken bij de behandeling;
    • het vergroten van de opvoedvaardigheden van ouders en het herstellen van het gezag;
    • uitleg geven over bepaalde stoornissen en wat ze betekenen;
    • ouders leren omgaan met de mogelijkheden en beperkingen van de jongere (psycho-educatie).

    Wanneer het gezin bij de behandeling wordt betrokken, vergroten we de kans dat de jongere straks succesvol kan functioneren, thuis en in het dagelijks leven.

Een overzicht van onze zorgproducten bekijken?

naar zorgaanbod

image description

Meer weten over onze methodieken?

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!