image desciption
Home / Behandelmethodieken

Behandelmethodieken

Onze basisbehandeling rust op twee behandelmethodieken:

  • Veilig in Verbinding;
  • de groepstraining TOP’s!

Deze basisbehandeling vullen we aan met therapie en training op maat, passend bij de individuele zorgvraag van de jongere en het gezin. Hieronder lees je meer over onze methodieken, therapieën en trainingen.

Veilig in Verbinding

Ook aan de slag met Schematherapeutisch werken?

Lees meer

 

  • Schematherapeutisch werken met elementen uit het Sociaal Competentie Model.

    Schematherapeutisch werken met elementen uit het Sociaal Competentie Model.

    De methodiek Veilig in Verbinding bestaat uit Schematherapeutisch werken aangevuld met elementen uit het Sociaal Competentie Model. Dit betekent dat binnen de behandelunit principes en technieken uit de Schematherapie worden toegepast, maar dat er ook wordt gewerkt met een sociaal competente bejegening volgens de methodiek van het Sociaal Competentie Model.

    De werkrelatie tussen medewerkers en jongeren staat centraal en er wordt ingestoken op de emotionele basisbehoeften van de jongeren. Tegelijkertijd is er aandacht is voor een dagelijkse routine en het vergroten van competenties door middel van positieve feedback en gedragsinstructies. Er is een balans tussen het bieden van support en begrip voor onderliggende moeilijkheden van de jongere enerzijds en begrenzing van problematisch gedrag anderzijds.

    Er wordt zoveel mogelijk gewerkt aan het verkrijgen van inzicht in de gedragsproblemen: wanneer zijn die ontstaan en welke functie hebben ze? Daarbij wordt een vertaling gemaakt van gedragsproblemen naar een ´schemamodus’, een centraal begrip binnen de Schematherapie. Een schemamodus is een kant van de jongere die op een bepaald moment zijn/haar gedrag, gevoelens en gedachten domineert. Zo heeft iedereen verschillende kanten, zowel gezonde als minder gezonde, die elkaar kunnen afwisselen. In de behandeling wordt in kaart gebracht welke kanten een jongere allemaal heeft, en welke daarvan helpend zijn of hem/haar juist in de problemen brengen. Doordat hetzelfde gedrag(sprobleem) kan voortkomen uit verschillende schemamodi en elke modus om een specifieke interventie vraagt, kan er flexibeler worden gereageerd op gedragsproblemen op de behandelgroep. Dit vermindert restrictief handelen en verbetert het behandelklimaat.

  • Inzicht vergroten

    Inzicht vergroten

    Door gedragsproblemen te vertalen naar verschillende kanten van de jongere, krijgt de jongere inzicht in het feit dat hij/zij (en ieder ander) uit verschillende kanten bestaat. Als er bijvoorbeeld gesproken wordt over risicogedrag, dan hoor je sommige jongeren wel eens zeggen: “Zo ben ik gewoon”.

    In de behandeling leren ze dat er een kant van hen is die dat gedrag laat zien, maar dat er ook andere kanten van hen zijn die dat niet doen (en het misschien zelfs afkeuren). De oorsprong van de verschillende kanten van de jongere wordt ontdekt, waarmee op zoek gegaan wordt naar het ontstaan van de gedragsproblemen. Dit biedt vaak een eye-opener voor zowel de jongere als voor betrokkenen, omdat ze ineens beter begrijpen waarom de gedragsproblemen vertoond worden (bijvoorbeeld uit vermijding of overcompensatie van kwetsbaarheid).

  • Duurzame gedragsverandering tot stand brengen

    Duurzame gedragsverandering tot stand brengen

    Wanneer het ontstaan en de functie van de gedragsproblemen inzichtelijk zijn gemaakt, ontstaat er ruimte voor gedragsverandering. De jongere leert competenties om anders om te gaan met moeilijke emoties zoals verdriet en boosheid, waardoor vermijding of bescherming van eigen kwetsbaarheid minder noodzakelijk wordt.

    Er wordt zoveel mogelijk ingezet op de basisbehoeften die elk kind heeft: veiligheid en verbondenheid, autonomie, (zelf)waardering, spontaniteit en zelfexpressie, en realistische regels en grenzen.

    Er kan aanvullende therapie of training worden geboden om traumatische ervaringen uit het verleden een plekje te geven. De gedragsverandering wordt zoveel mogelijk verankerd in de persoonlijkheid van de jongere, waarbij er steeds meer ruimte komt voor de gezonde kanten van de jongere. De gedragsverandering wordt zo dus duurzamer.

  • Fasering van vrijheid

    Fasering van vrijheid

    Bij de behandeling binnen OG Heldringstichting worden de vrijheden van de jongere gefaseerd opgebouwd. Dit gebeurt aan de hand van het faseringssysteem van het Sociaal Competentie Model, waarbij vrijheden kunnen worden opgebouwd op basis van de competenties en de vaardigheden die de jongere laat zien en de vooraf gestelde behandeldoelen die hij of zij hiermee behaalt. Bij risicogedrag dat schadelijk is voor de jongere of zijn/haar omgeving, kunnen vrijheden tijdelijk worden teruggeschroefd.

  • Implementatie Veilig in Verbinding

    Implementatie Veilig in Verbinding

    De methodiek Veilig in Verbinding wordt geïmplementeerd met SafePath. Dit is een teambrede interventie waarbij pedagogisch medewerkers doorlopend getraind en gecoacht worden in de methodiek. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat SafePath een positief effect heeft op het 24-uurs behandelklimaat en op het terugdringen van restrictieve maatregelen.

TOPs!

TOPs! is een product van stichting 180.

Lees meer over TOP’s!

  • Wat jongeren leren met TOPs!

    Wat jongeren leren met TOPs!

    TOP’s! is een groepstraining, waarbij jongeren:

    • leren verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen denken en handelen;
    • leren van elkaar hoe ze uit de problemen blijven;
    • en kunnen kiezen voor positief sociaal gedrag.
  • Elementen binnen TOPs!

    Elementen binnen TOPs!

    • cognitieve en sociale vaardigheden;
    • zelfcontrole;
    • moreel redeneren;
    • het creëren van een positieve groepscultuur.

 

Aanvullende therapie en training

Passend aanbod bij de individuele zorgvraag van de jongere en het gezin.

Therapie

  • Cognitieve Gedragstherapie

    Cognitieve Gedragstherapie

    Cognitieve gedragstherapie is breed inzetbaar bij psychische problemen, zoals:

    • agressiviteit en woede-uitbarstingen;
    • angsten, fobieën en paniekstoornissen;
    • stemmingsstoornissen;
    • eetstoornissen;
    • gedragsstoornissen;
    • zelfbeschadigend gedrag.

    De therapie richt zich op de wisselwerking tussen gedachten, gevoelens en gedrag. Het is gebleken dat het veranderen van gedrag en het veranderen van gedachten goed samen gaan. De jongere gaat met de therapeut op zoek naar knelpunten en manieren om beter met zaken om te gaan die eerder voor problemen zorgden.

    Het doel is het opsporen en corrigeren van denkfouten, die leiden tot psychische problemen en afwijkende gedragingen die de jongere in risicovolle situaties brengen.

  • Schematherapie (ST)

    Schematherapie (ST)

    ST is bedoeld voor jongeren met persoonlijkheidsproblemen. Deze jongeren zijn over het algemeen gevoeliger voor emotionele prikkels en reageren vaak heftiger. Het duurt langer voordat de emoties weer zakken.
    ST is een vorm van psychotherapie, die zich richt op niet-helpende overtuigingen (ongezonde schema’s) die een jongere in zijn leven heeft ontwikkeld en de manier waarop de jongere daarmee omgaat.

    Schema’s of overtuigingen
    Schema’s zijn een soort overtuigingen die je hebt over jezelf, anderen en de wereld. Ze bestaan uit herinneringen, lichamelijke gewaarwordingen, emoties en gedachten. Zulke schema’s kunnen je helpen om je eigen en andermans gedrag te begrijpen, maar kunnen ook ontstaan door negatieve ervaringen in de kindertijd en geven dan vaak een ongezonde kijk op jezelf, anderen of de wereld (bijv. “ik ben niks waard”; “anderen zullen me in de steek laten”; “de wereld is een gevaarlijke plek”). Dit noemen we onaangepaste schema’s.

    Schemamodi of gemoedstoestanden
    Schemamodi zijn de verschillende kanten van zichzelf die iemand ontwikkeld heeft. Het zijn bepaalde gemoedstoestanden waar je in kan raken als je je met een situatie geen raad weet, vaak vanwege onaangepaste schema’s die je hebt. Zo’n gemoedstoestand domineert op dat moment je gedachten, gevoelens en gedrag.
    Bij deze ongezonde schemamodi levert je gedrag je vaak problemen met anderen op of loop je zelf vast en worden de onaangepaste schema’s juist in stand gehouden. Iedereen heeft ook gezonde schemamodi, die we in de schematherapie zoveel mogelijk proberen te vergroten.

    Doorbreken
    In de therapie wordt in kaart gebracht welke overtuigingen (schema’s) en vooral welke kanten (schemamodi) de jongere ontwikkeld heeft. De jongere leert vervolgens om op een gezondere manier (vanuit zijn of haar gezonde kant) met die schema’s om te gaan én om ongezondere kanten van zichzelf een halt toe te roepen, zodat het hem of haar minder problemen oplevert”.

    Zie ook de behandelvisie van de CONRISQ Groep op: Trauma-geïnformeerde zorg

  • Dialectische Gedragstherapie (DGT)

    Dialectische Gedragstherapie (DGT)

    DGT is bedoeld voor jongeren met ernstige emotieregulatiestoornissen en/of (para)suïcidaal gedrag. Door de stoornis kunnen zij gevaarlijk zijn voor zichzelf (automutilatie en zelfmoordpogingen).

    De problemen hebben te maken met een geringe impulscontrole, weinig beheersingsvaardigheden en zelfcontrole, zich snel aangesproken en bedreigd voelen, beperkte vaardigheden om conflicten goed te hanteren, een tekort aan probleemoplossende vaardigheden en rigide en negatieve gedachten.

    De therapie heeft als doel het aanleren van vaardigheden om zo goed mogelijk op problemen te reageren. De jongere leert zijn of haar gedrag en gedachten te ‘managen’. De jongere leert zich bewust te worden van de manier waarop hij of zij denkt en voelt, en hoe hier effectief op te reageren.

  • Agressie Regulatie Training (ART)

    Agressie Regulatie Training (ART)

    ART is gericht op jongeren die problemen hebben met het reguleren van hun agressie, gedachten en gevoelens. Hierdoor komt hun normale ontwikkeling onder druk te staan. Meestal gaan deze problemen gepaard met andere gedragsmatige en psychiatrische problematiek. Het agressieve gedrag kan zich verbaal (schelden, dreigen) of fysiek (slaan, schoppen) voordoen. Het gedrag kan gericht zijn op zichzelf (zelfbeschadiging) of op anderen (geweldpleging, mishandeling).

    ART gaat er van uit dat mensen met antisociaal en agressief gedrag een aantal aan elkaar gerelateerde tekorten hebben:

    • een tekort aan interpersoonlijke, sociale en cognitieve vaardigheden;
    • een tekort aan impulscontrole;
    • een egocentrische manier van denken met weinig inleving naar anderen.

    Het effect van ART is een vermindering van agressief gedrag en vervanging van antisociaal gedrag door pro-sociaal gedrag. De training bevat 3 belangrijke componenten:

    1. de boosheidscontrole-training waarin agressief gedrag wordt afgeleerd;
    2. de training moreel redeneren waarin de jongere leert om minder egocentrisch te redeneren;
    3. de sociale vaardigheidstraining waarin nieuw sociaal gedrag wordt aangeleerd;
  • Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR)

    Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR)

    EMDR helpt mensen om traumatische, schokkende ervaringen te verwerken, zoals een ongeval, seksueel misbruik of een geweldsincident. Ook bij verwante problemen, zoals angststoornissen, meervoudige trauma’s, chronische pijn of een negatief zelfbeeld, kan EMDR onderdeel van de behandeling zijn.

    De therapeut vraagt aan de jongere om aan de gebeurtenis terug te denken, inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkingsproces gestart, waarbij de therapeut vraagt om de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen, maar nu in combinatie met een afleidende stimulus. Bijvoorbeeld door geluiden die door middel van een koptelefoon afwisselend links en rechts worden aangeboden. Er wordt gewerkt met reeksen van stimuli. Zo worden de nare herinneringen steeds zwakker en gaat de jongere zich beter voelen.

  • Farmacotherapie

    Farmacotherapie

    Bij jongeren met (rand) psychiatrische problematiek kan farmacotherapie (behandeling met medicatie) nodig zijn als onderdeel van de behandeling.

    Voorbeelden zijn antidepressiva bij stemmingsstoornissen, antipsychotica bij acute psychotische symptomen of medicijnen die ernstige impulsiviteit dempen, zodat iemand meer regie krijgt over zijn of haar gedrag.

    Medicijnen kunnen sommige klachten afremmen of soms wegnemen. Ook kan de werking van andere therapieën hiermee worden versterkt of verbeterd, omdat de jongere bijvoorbeeld meer openstaat voor therapie of zich beter kan concentreren op de behandeling.

    Farmacotherapie dient vaak als aanvullende ondersteuning bij de behandeling en beheersing van (rand) psychiatrische problemen. Het kan helpen gevoelens van somberheid, achterdocht, agressie, angst of ernstige impulsiviteit te verminderen.

    Zorgvuldigheid!

    Wanneer medicijnen worden voorgeschreven, wordt er goed gekeken naar de juiste dosis, het effect, de bijwerkingen en de duur van de medicatie. Alleen de kinder- & jeugdpsychiater (gedetacheerd vanuit Karakter Kinder- en Jeugdpsychiatrie) is bevoegd om de medicijnen voor te schrijven.

    OG Heldringstichting werkt samen met een lokale apotheek. Medicijnen worden via deze apotheek besteld en bezorgd.

  • Emotie Regulatie Therapie (ERT)

    Emotie Regulatie Therapie (ERT)

    Emotieregulatie therapie is bedoeld voor jongeren die last hebben van heftige emoties of die emoties juist te sterk onderdrukken. Vaak belasten zij hiermee zichzelf en/of hun omgeving. De problematiek uit zich bijvoorbeeld in relationele problemen, frequente conflicten, een moeizaam verlopende schoolgang, zelfbeschadigend gedrag of zelfs suïcidale gedachten.

    Jongeren leren door de therapie weer zelf de regie te krijgen over hun emoties door:

    • emoties te herkennen;
    • de hevigheid van emoties te onderscheiden, door middel van aandachtgerichte oefeningen;
    • inzicht te krijgen in situaties die heftige emoties kunnen oproepen;
    • emoties adequaat te uiten;
    • zelf controle over emoties te krijgen.

    Bovendien leert de jongere dat hij of zij zelf verantwoordelijk is voor het eigen gedrag en daarin zelf keuzes kan maken. Er wordt gewerkt met verschillende ontspanningsoefeningen en afleidingstechnieken. Aan de hand van werkopdrachten maakt de jongere zich de vaardigheden eigen:

    • verschillende emotieregulatie-vaardigheden waarmee je een emotionele storm kunt doorbreken;
    • het ontwikkelen van een leefstijl (veranderplan) waarmee je emotionele buien zoveel mogelijk kunt voorkomen.

    Belangrijke anderen…

    De ouders en belangrijke anderen rondom de jongeren worden betrokken in de therapie. Zij worden geïnformeerd over de kenmerken van emotieregulatie-problemen en leren een overreactie sneller te herkennen en hier adequaat op te reageren.

Aanvullende training en ondersteuning

  • Rots & Water training

    Rots & Water training

    De training is bedoeld voor jongeren die problemen ondervinden bij hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Deze problemen uiten zich in onbeheerst en grensoverschrijdend gedrag en in het onvermogen zich tegen grensoverschrijdingen of geweld te verdedigen.

    Ervarend leren

    Jongeren met sociaal-emotionele problemen voelen zich in principe meer aangesproken door een psychofysieke benadering dan door een verbaal cognitieve aanpak. Daarom worden er vanuit een fysieke invalshoek mentale en sociale vaardigheden aangereikt en verworven. Actie (spel, spelen en simpele zelfverdedigingsvormen) wordt afgewisseld door momenten van zelfreflectie en kringgesprekken. Het gaat zodoende om ervarend leren in plaats van cognitief leren.

    Rots & Water heeft als doel:

    • het verbeteren van zelfbeheersing, zelfreflectie, zelfvertrouwen, en communicatieve en sociale vaardigheden;
    • het voorkomen van agressief gedrag en van seksueel geweld;
    • het maken van eigen keuzes en het volgen van een eigen weg.

    Jongeren leren omgaan met andermans en eigen macht, kracht en onmacht. Zij leren zich te verdedigen tegen verschillende vormen van geweld én tegelijkertijd oog en gevoel te krijgen voor het belang van anderen en het eigen grensoverschrijdende gedrag.

  • Sociale vaardigheidstraining (SOVA)

    Sociale vaardigheidstraining (SOVA)

    De sociale vaardigheidstraining is bedoeld voor jongeren met problemen in de afstemming op anderen. Jongeren met een vorm van autisme of een licht verstandelijke beperking leren zich door de training beter staande te houden in het sociale verkeer.

    Bij de sociale vaardigheidstraining komen verschillende zaken aan de orde:

    • complimenten geven en ontvangen;
    • het voeren van een gesprekje;
    • voor jezelf opkomen;
    • omgaan met pesten en plagen;
    • lichaamshouding en stevig staan;
    • gevoelens tonen en herkennen;
    • oogcontact maken;
    • laten merken hoe je je voelt.

    De SOVA-training helpt bij het voorkomen dat de kinderen of jongeren vastlopen, geen vrienden meer hebben of geen zin hebben in school waardoor zij hun leermotivatie verliezen. De training kan vaardigheden tijdens sociale interacties verbeteren en daarmee het zelfvertrouwen vergroten.

  • Training Solide Basis

    Training Solide Basis

    De training is voor meisjes die kwetsbaar zijn voor uitbuiting of manipulatie vanuit hun omgeving. Zij lopen risico op bijvoorbeeld slachtofferschap van (seksuele) uitbuiting of een ongewenste zwangerschap. Het is voor hen moeilijk om grenzen te stellen of eigen keuzes te maken. Ze hebben weinig zicht op de eigen mogelijkheden en beperkingen.

    De training is gericht op de versterking van het zelfbeeld en bevat drie onderdelen:

    1. Ik & mezelf: zelfbeleving | zelfcognitie | eigen kwaliteiten | gezinsafkomst | het eigen lichaam | het eigen uiterlijk | gezondheid | vrouw zijn
    2. Ik & relaties, als: dochter | vriendin | partner | (evt.) moeder
    3. Ik & de maatschappij: sociale redzaamheid | weerbaarheid | formele rollen | omgaan met lastige situaties, tegenslagen, onheuse bejegening en discriminatie

    Binnen deze drie onderdelen wordt gewerkt aan het vergroten van inzicht (kennis) en vaardigheden (oefenen) op verschillende leefgebieden. De meisjes leren op een andere manier te denken en te doen.

    Na de training kan een meisje zichzelf beter en veiliger handhaven in de maatschappij. Ze is weerbaarder en meer in staat tot zelfbescherming.

     

  • Budgettraining

    Budgettraining

    Wanneer jongeren op eigen benen (moeten) staan, is het belangrijk dat zij goed met geld omgaan. De budgettraining is bedoeld voor jongeren die hier moeite mee hebben, waardoor ze in de financiële problemen (kunnen) raken.

    Budgettraining geeft inzicht in geld en hoe om te gaan met geld. De eigen houding ten opzichte van geld is belangrijk, maar ook het leren omgaan met groepsdruk speelt een belangrijke rol. De richtlijn van het NIBUD is leidraad bij de training.

    De competenties richten zich op:

    • het in kaart brengen van de financiën en de financiële balans;
    • het verantwoord besteden (huishoudfinanciën onder controle);
    • vooruit kijken (huidige bestedingen afstemmen op wensen en gebeurtenissen op de middellange en de lange termijn);
    • het bewust kiezen van financiële producten (kiezen op basis van budgettaire overwegingen die passen bij de persoon en de persoonlijke huishoudsituatie);
    • de kennis en vaardigheid om huishoudfinanciën op de korte, middel-lange en de lange termijn in balans te brengen en te houden.
  • Training Vaardigheden voor ouders bij ernstige gedragsproblemen (VVO)

    Training Vaardigheden voor ouders bij ernstige gedragsproblemen (VVO)

    De training is bedoeld voor ouders van jongeren die vanwege hun gedragsproblemen door een kinderrechter bij OG Heldringstichting zijn geplaatst. Vaak zijn deze ouders overbelast geraakt en zijn nieuwe manieren van omgaan met elkaar nodig, om te voorkomen dat dit weer gebeurt.

    Terwijl de jongere een behandeling volgt binnen OG Heldringstichting, worden de ouders voorbereid op het herpakken van hun opvoedingstaak. In deze VVO-training krijgen de ouders de rol van ‘mediator’ om weer de primaire opvoeder van hun kind te worden. De training is gericht op:

    • ouderlijke betrokkenheid;
    • positieve bekrachtiging;
    • probleemoplossende vaardigheden;
    • discipline en monitoring;
    • emoties tijdig en beter herkennen.

    De nadruk ligt op het aanleren en versterken van deze vaardigheden. Ouders oefenen daarmee tijdens het verlof en andere contactmomenten met hun kind.

  • Gezinsmaatschappelijk Werk (GMW)

    Gezinsmaatschappelijk Werk (GMW)

    Als een jongere behandeld wordt bij OG Heldringstichting, zal ook het gezin een verandering doormaken. Ouders kunnen daarbij begeleid worden door het Gezinsmaatschappelijk Werk.

    Dit kan de gezinsmaatschappelijk werker betekenen:

    • in kaart brengen van de knelpunten in het gezin en het toekomstperspectief van de jongere (kan de jongere terug naar huis?);
    • ouders betrekken bij de behandeling;
    • het vergroten van de opvoedvaardigheden van ouders en het herstellen van het gezag;
    • uitleg geven over bepaalde stoornissen en wat ze betekenen;
    • ouders leren omgaan met de mogelijkheden en beperkingen van de jongere (psycho-educatie).

    Wanneer het gezin bij de behandeling wordt betrokken, vergroten we de kans dat de jongere straks succesvol kan functioneren, thuis en in het dagelijks leven.

Een overzicht van onze zorgproducten bekijken?

naar zorgaanbod

image description

Meer weten over onze methodieken?

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!